De jurist in de circulaire economie

WeegschaalDe circulaire economie kent vele uitdagingen, ook juridische. Wat zijn deze juridische uitdagingen en zijn (bedrijfs)juristen er voldoende op voorbereid? Hebben zij de juiste specifieke kennis en vaardigheden? Of moeten ze terug naar de schoolbanken?

Uit eerder onderzoek door HIVA ,in opdracht van de OVAM, en uit overleg met stakeholders in het kader van het Vlaams Materialen-programma, blijkt dat circulaire business modellen vaak botsen op juridische obstakels. De typische kenmerken van een circulair bedrijfsmodel (hergebruik van materialen en afval, verlengde levensduur, gedeeld gebruik/eigendom, samenwerkingsverbanden…) brengen nieuwe juridische uitdagingen met zich mee en vereisen dan ook specifieke juridische kennis en vaardigheden. 

Daarom stelt zich de vraag of de huidige rechtenopleiding aangepast moet worden om aan de noden van de circulaire economie te voldoen. E&Y onderzocht dit in opdracht van de OVAM.

Om de noden van circulaire bedrijfsmodellen in kaart te brengen, werden de juridische obstakels geanalyseerd aan de hand van verschillende bedrijfscases. De inzichten uit de bevraging en de analyse van de cases zijn ook via het Instituut voor Bedrijfsjuristen (IBJ) verder afgestemd met een bredere groep van bedrijfsjuristen.  

Uit de interviews en bedrijfscases komen verschillende obstakels naar voren: Intellectueel eigendomsrecht, productaansprakelijkheid, productgarantieregeling, vergunningen voor verwerking en transport van afval, stedenbouwkundige vergunningen voor flexibele wooneenheden, boekhoudkundige afschrijfregels en de behandeling van inkomsten via deelplatformen op (inter)nationaal niveau. 

De analyse toont aan dat de obstakels mits de juiste juridische kennis en een creatieve ingesteldheid op te lossen zijn. De gepercipieerde obstakels zijn immers voornamelijk gelinkt aan onzekerheid bij de interpretatie van juridische regels. Voor bedrijven met een ‘afwijkend’ innovatief bedrijfsmodel zijn bestaande regels soms niet direct van toepassing. Hoewel specialisten een sluitend advies kunnen formuleren voor elk specifiek geval is de nood aan advies een drempel voor circulaire (en meer in het algemeen innovatieve) bedrijfsmodellen.

Gezien het de bedrijfsspecifieke context is die leidt tot de onzekerheid en de perceptie van juridische obstakels, is gevalspecifiek advies nodig, eerder dan wijzigingen in algemene opleidingstrajecten. E&Y stellen dan ook vast dat er geen nood is aan het versterken van rechtstakken (zoals verbintenissenrecht of handelsrecht) met oog op de circulaire economie bij de rechtsvakken gedoceerd aan de rechtsfaculteiten in Vlaanderen. 

Het is wel relevant om meer aandacht te besteden aan het vak Intellectueel eigendomsrecht, omdat het belang voor de circulaire economie stijgt en niet alle onderwijsinstellingen er veel aandacht aan besteden. Het model- of octrooirecht kan bijvoorbeeld beperkend werken voor het herwerken en opnieuw inzetten van producten. 

Onder invloed van de circulaire economie, evolueren de noodzakelijke kennis en vaardigheden van de (bedrijfs)jurist. Dit kan door continue opleidingen gecapteerd worden. Het IBJ is bereid om samen met de OVAM een opleiding te overwegen, gericht op juridische aspecten in het kader van circulaire bedrijfsmodellen.

Het is aangeraden om specifieke opleidingen ook voor niet-juristen open te stellen. Ten eerste omdat veel jonge groeiende organisaties geen bedrijfsjurist in dienst hebben. Ten tweede omdat ook andere profielen betrokken zijn, bijvoorbeeld de aankoper en de boekhouder. 

Conclusie is dat de meeste obstakels met juridische dimensie niet onoverkomelijk zijn, mits de nodige juridische kennis en creativiteit. Dit maakt dat de professional (ook de niet-jurist) zich bewust moet zijn van de juridische impact van bedrijfshandelingen en bij twijfel juridisch advies moet inroepen.

Voor het volledige onderzoeksrapport klik hier.